In een heel groot deel van de Kempen wordt onderzoek verricht naar het voorkomen van de havik. Deze soort broedt in allerlei soorten bos. Zowel in grote uitgestrekte bossen als in hele kleine bospercelen. De havik verblijft het hele jaar door in de buurt van zijn nestlocatie en met name bij mooi zonnig weer is hij hoorbaar door het zogenaamde “kekkeren”. Dit geluid is vooral vanaf eind januari en in februari/maart heel goed te horen. Gedurende de winterperiode wordt het oude nest, of soms meerdere nesten, weer opgehoogd en in de periode februari/maart verschijnen dan hele kleine pluisjes op de rand van het nest. Een bewijs dat er aan het nest wordt gewerkt.

 

In de loop van het broedseizoen worden er regelmatig verse takken op de nestrand gelegd en ook de hoeveelheid donsveertjes neemt sterk toe. Door de nesten te controleren kunnen vaak diverse prooien worden gevonden en die informatie verteld ons dan iets over het voedselgebruik. Tijdens het broedseizoen worden in de buurt van de nest vaak ruiveren van het vrouwtje gevonden. Deze worden verzameld voor nader onderzoek. Aan de hand van sommige ruiveren kan namelijk worden gekeken of de broedende havik dezelfde vogel is als die van het jaar daarvoor. Hierdoor weten we dat sommige haviken heel lang op dezelfde locatie broeden. Echter, uit ons onderzoek is gebleken dat er op bepaalde plaatsen regelmatig nieuwe haviken op de nesten verschijnen, vaak onvolwassen vogels. Dit is een sterke indicatie voor vervolging. Helaas wordt deze soort op sommige plaatsen in de Kempen nog sterkt vervolgd en soms afgeschoten en/of vergiftigd.

 Onder publicaties vind u de rubriek vogel van de maand waarin een uitgebreid artikel over de havik is opgenomen.

 

 

Literatuur